Behavioristische theorie


Behavioristische theorie maakt vind dat mensen de dieren op dezelfde manier leren. En vind dat wanneer een organium geboren wordt helemaal blanco is en alle gedrag is aangeleerd.
De gedrag komt tot stand door de prikkels uit de omgeving. Door te belonen en te straffen kan je bepaal gedrag aan of juist afleren.
Behavioristische theorie richt zich op de volledig op de gedrag dat veroorzaak of en beïnvloed wordt door de prikkels uit de omgeving.


Klassieke conditionering

Pavlov ontdekte dat je een natuurlijke prikkel (bv. voedsel) een gedrag veroorzaakt (in dit geval kwijlen). Deze prikkel kun je ook vervagen door neutrale prikkel (bv. Belletje of licht) om het zelfde gedrag te krijgen. Als je neutrale prikkel een paar keer vlak voor de natuurlijke prikkel laat gaan dat veranderd neutrale prikkel in geconditioneerde stimulus.
Deze neutrale prikkel kan ook weer verdwijnen (uitdoven) als je bv de bel rinkel en vervolgens geen vlees verschijnt.

Je kunt ook een hoge orde conditionering aan een dier/mens aanleren. Door een andere prikkel voor de neutrale prikkel laten gaan bv als een piepje voor de bel gaat dat zal ook de respond kwijlen veroorzaakt worden. Dit heet generalisatie.

Verdeer vind conditionering ook bij emoties plaats. Bv als een leerling vaak gestraft wordt bij scheikunde lessen zou het niet langer duren dat hij welke vorm van scheikunde dan ook (scheikunde boeken, sommen enz.) gaat koppelen aan de straf. Waardoor hij hekel zal krijgen aan scheikunde. Maar gevoelens kunnen ook deconditioneren worden. Bv ik was heel slecht in engels maar wel had ik een hele lieve engelse docent, waardoor ik niet erg vond om naar engelse lessen te gaan omdat ik steeds aan mij docent ging denken en de sfeer van de klas.

De kritiek op klassieke conditionering was dat een organisum meer kan dan allen maar regeren op de aangeboden prikkels.

Thorndike ontdekte de wet van het effect (trial and Error). Door te belonen kan je een gedrag versterken en door te straffen kan je een gedrag verminderen.


Operante conditionering

Skinner wilde weten hoe nieuwe gedrag ontstaan. Operant gedrag betekend spontaan gerdag dat geen duidelijke oorzaak heeft. En een deel van dat spontaan gedrag wordt beloond (bekrachtiger). Het gevolg hiervan is dat beloond gedrag in frequentie zal toe nemen.
Telken wanner toevallige gedrag, van de spontane gedrag (operant gedrag), bekracht worden kun je op deze manier de ene gedrag afleren en een andere gedrag aan leren.
Skinner ontdekte dat je door te straffen niet een gewenste gedrag aan kunt leren, wel kan je tijdelijk de gedrag onderdrukken. Door straffen leer het kind slechts de straf te vermijden door het gedrag niet meer uit te voeren.
Wel kan je ongewenst gedrag afleren door gewenst gedrag te belonen (saping). Als het wenst gedrag een persoon eigen heeft gemaakt kan je beter af en toe belonen dit heet partiele bekrachtiging.

Skinner ontwikkelde een onderwijsvorm, de geprogrammeerde instructie. Met deze methode kon een leerling in zijn eigen tempo lezen en daarbij de vragen beantwoorden en de leerling kon het ook gelijk nakijken of het antwoordt klopte. De nadeel van deze methode was dat het van tevoren veel vastgelegd was.
2.30 tot 4.30 min afspelen

De kritiek op operante conditionering was onder andere dat het te lang duurde om een ingewikkelde gedrag aan te leren, na doen gaat veel sneller en makkelijker.
Als je alleen en gewenst gedrag kunt krijgen door te belonen kan dit gaan leiden tot verwenningen of afhankelijkheid.


Modelleren (Sociaal leren)

Albert Bandura vindt dat nadoen van wat je gezien hebt, imitatie of wel observationeel leren, het belangrijkst vorm van leren voor de mens is. Leren via de taal is veel moeilijker dan leren via de beelden (filmsterren) een voorbeel hierbij; kan ik iets via beeld of filmpje veel sneller en beter begrijpen dan dat je uren lang uitleggen met worden.
Bestaal wordt maar een deel geïmiteerd van een model. Slective imitatie.

Welke modellen het kind zal beïnvloeden hangt af van verschillende factoren bv door de opvoeding, film, reclame enz.
Geïmiteerd gedrag kan verstekt worden door beloning van je ouders bv of van je zelf. Je imiteert de gedrag van een gewaardeerd persoon, zelf-bekrachtiging.
Doormiddel van sociale leertheorie kunnen we seksuele identiteit en geslachtsrol, moraal, ook agressief gedrag verklaren.
Sociaal leren is net als conditionering gericht op het opserverend gedrag.

Wel negerde behavioristen dat mensen van nature gemotiveerd zijn om te leren.

Op scholen kunnen behavioristische theorie waardevol zijn. bv bekrachtiging van goed gedrag. En als dat een leering eige gemaakt heeft vervolgens af en toe te belonen.
Of dat de docente zijn eigen les niet moet koppeld aan een van straf.
Het systematische opbouwen van het leerstof, van een simpele stof naar een complexe leerstof.
En door sociaal leren theorie geven docenten de goede voorbeeld aan de leerlingen.